Queer in de 20ste eeuw

© Public Domain

Docent: Deeviet Caelen

Queer … een overkoepelende term die aanduidt dat je je niet thuis voelt binnen de heersende hetero- en gendernormen. Een term die vroeger een negatieve connotatie had en pas in de jaren 1980 door de lgbtq-gemeenschap als geuzennaam werd geïntroduceerd. Ben je homo, lesbienne, biseksueel, transgender, pangender, non-binair of interseksueel … dan ben je dus queer.

Veel mensen denken dat dit ‘een fenomeen typisch van deze tijd’ is, wat natuurlijk niet het geval is. Maar hoe zat dat dan vroeger? Hoe gingen toenmalige culturen en maatschappijen daar mee om? Wat was de visie, wat waren de wetten?

In deze lezing gaan we kijken hoe het eraan toeging in de 20ste eeuw.

Enkele jaren geleden liep er in Tate Britain een tentoonstelling Queer Art naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het schrappen van homoseksualiteit uit het Britse strafwetboek. Deze depenalisering luidde een periode in waarin kunstenaars op ongekende schaal met werk naar buiten konden komen en waarin aan niet-heteroseksuele verlangens vorm werd gegeven.

Het spectrum gaat van de lesbische figuur Radclyffe Hall, over de suggestieve beeldtaal van de alternatieve Bloomsbury-group tot de rauwe mannenseks op Francis Bacons schilderijen. Daarnaast boden het theater, de film en de popmuziek een breder forum waarin met afwijkende genderidentiteiten geëxperimenteerd kon worden. Vanaf de jaren ‘80 tijdens de aidscrisis wordt ook de dood een belangrijk thema binnen de gemeenschap.

We bekijken queer werk van grote namen als Tamara De Lempicka, David Hockney en Keith Haring, maar ook van ontdekkingen zoals Duncan Grant, Gluck en Edward Burra.

Waarom is deze lezing uiterst actueel? Lees hier het artikel van Jonas Roelens dat verscheen in het online ZIZO-magazine!

Heb je interesse om deze lezing (online of op locatie) voor je groep te boeken, contacteer ons dan via info@amarant.be.

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan. Gaat u akkoord? Meer informatie