De aardbei

Het Mauritshuis in Den Haag bezit een prachtige afbeelding van een partij wilde aardbeien uit het begin van de 18de eeuw. De vruchtjes zijn klein, hebben stengeltjes en blaadjes en het bloemetje staat nog fier rechtop. Dit zijn kleine wilde bosaardbeien die tot in de 18de eeuw in bossen werden geplukt. Het groene kruintje viel er vaak bij het plukken af. Het was een geliefkoosde lekkernij, al sinds de tijd van de Romeinen.

En toch zijn de aardbeien die we tegenwoordig in onze supermarkt aantreffen een stuk groter. Sommige hebben de grootte van walnoten, andere zelfs van een kindervuist. Waar en wanneer is deze kleine bosaardbei zo groot geworden?

Dat gebeurde in de vroege 18de eeuw, kort nadat Adriaen Coorte zijn Haagste stilleventje schilderde. De grote aardbei is het resultaat van de ontdekkingsreis van Amédée-François Frézier (1682-1773) die in januari 1712 met een spionageopdracht vertrok naar Zuid-Amerika. Daar zag hij een gigantische aardbei die hij meteen naar Parijs terugbracht. In Frankrijk werd de Zuid-Amerikaanse aardbei gekruist met een Noord-Amerikaanse en deze leverde zo’n gigantische exemplaren op de Franse koning Louis XV zwaar onder de indruk was.

Onze hedendaagse aardbei is daarom een 18de-eeuwse Franse uitvinding.

 

Wil je graag meer weten over de historische veredeling van groenten en fruit? Kom dan zeker naar onze cursus ‘Spot the carrot’ die doorgaat in Antwerpen en in Gent!

Als voorproefje laten we je reeds genieten van twee kort filmpjes gemaakt door de lesgevers David en Ive, en door ‘Chef Terroir’, Nick Coppens!

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan. Gaat u akkoord? Meer informatie