Op zaterdag 4 april vond de Dag van de Filosofie plaats op de campus van KASK & CONSERVATORIUM School of Arts Gent. Dit jaar stond de dag in het teken van de vraag “Wie zijn wij?” een vraag die eenvoudig klinkt, maar toch niet zo evident blijkt te zijn om een eenduidig antwoord op te formuleren. De ideale filosofische vraag om samen mee aan de slag te gaan.
Vanuit Amarant namen we deze vraag mee buiten de academische context, in samenwerking met de opleiding Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen, en het seniorcity I-mens in Gent. Samen met studenten gingen we op zoek naar manieren om filosofie niet alleen te bespreken, maar ook te beleven: in ontmoeting, in gesprek en in het alledaagse.
Filosofie op plekken waar mensen samenkomen
In de weken voorafgaand aan de Dag van de Filosofie organiseerden we in het zorghotel, verschillende filosofische gesprekken bij buurtcafé Yvonne en in het dagverzorgingscentrum van I-mens. Dit zijn plekken waar mensen elkaar spontaan ontmoeten, en waar ruimte is voor verhalen, herinneringen en gedeelde ervaringen.
De gesprekken werden telkens anders opgezet. Soms vertrokken we vanuit grote thema’s zoals leren, opvoeding of de levensloop, vaak werd gewerkt met poëzie of muziek, zoals het gedicht Een mezennestje van Guido Gezelle. In het dagverzorgingscentrum luisterden we naar het liedje Ruimtevaarder van Kommil Foo en al snel was iedereen mee aan het zingen. Met een lekkere pot koffie voor onze neus, werd er vooral tijd genomen om stil te staan bij wat er gezegd werd en bij wat dat losmaakte. Zo onstond er een filosofisch gesprek over leren en opvoeden.
De kracht van deze gesprekken lag niet in het formuleren van antwoorden, maar in het durven vertragen en samen zoeken. Filosofie ontstond hier niet als theorie, maar als praktijk: door aandachtig te luisteren, door vragen te stellen, en door ervaringen naast elkaar te leggen.
Van tafelgesprek naar wandelend gesprek
De Dag van de Filosofie zelf bracht een heel andere dynamiek met zich mee. Geen vaste tafels of langdurige gesprekken, maar beweging: meerwaardezoekers die rondliepen door de gangen van het KASK werden aangesproken. Gesprekken ontstonden in de tuin, in de wachtrij voor koffie of tussen twee lezingen door.
De studenten gingen met een set kaartjes op pad. Op elk kaartje stond een uitspraak die was verzameld tijdens de eerdere gesprekken met buurtbewoners en deelnemers. Bezoekers werden uitgenodigd om een kaartje te trekken en samen na te denken:
Wat zegt deze uitspraak jou? Herken je jezelf hierin? Wat roept dit op?
Wat opviel in de antwoorden was hoe zelfs korte gesprekken nieuwe betekenissen gaven aan de eerder verzamelde uitspraken.
Quotes als brug tussen werelden
De kaartjes speelden een centrale rol in het project. Ze fungeerden als brug: tussen verschillende plekken, tussen generaties, en tussen de Dag van de Filosofie zelf. Dat de uitspraken niet afkomstig waren van bekende filosofen, maar van “gewone mensen”, zorgde voor een bepaalde mate van herkenning.
De gesprekken die hieruit voortkwamen bevestigden een belangrijke gedachte: filosofie leeft overal. In zorgen over de wereld, in herinneringen aan school, in twijfels over opvoeding, in hoop en bezorgdheid over de toekomst.
Een tijdelijk, maar betekenisvol ‘wij’
Wat dit traject duidelijk maakte, is dat “wij” geen vaststaand gegeven is. Het ontstaat telkens opnieuw, in ontmoeting met anderen. Tijdens de Dag van de Filosofie vormde zich zo een tijdelijk ‘wij’: mensen met uiteenlopende achtergronden, verbonden door nieuwsgierigheid en de bereidheid om samen na te denken.
Voor de studenten betekende dit project ook een verschuiving: van filosofie als iets wat je bestudeert, naar filosofie als iets wat je doet, samen met anderen. En voor Amarant bevestigde dit traject hoe waardevol het is om ruimte te maken voor dialoog op plekken waar die niet altijd vanzelfsprekend is.
Zo blijft het filosofisch verhaal zich verder schrijven, van tafel tot gang, van quote tot gesprek en van individu naar een gedeeld ‘wij’.