Als zelfs de muziek zwijgen moet …

Het culturele leven is het voorbije jaar zeker en vast verarmd. En dan moet men zeggen dat het in Vlaanderen nog beter meevalt dan in onze buurlanden: op zijn minst zijn de musea geopend en valt er iets te beleven.

Maar concerthuizen blijven vooralsnog stil en theaters levenloos.

Wat zijn de gevolgen  voor muzikanten, concerthuizen, festivals, orkest en het publiek?

David Vergauwen praat er in dit interview over met Jelle Dierickx, directeur van het Festival van Vlaanderen in Mechelen en ooit nog Amarantdocent.

Wie zijn oor te luisteren legt, hoort naast de stilte ook het ongenoegen van onze werkloze musici en bij uitbreiding iedereen die leeft van de kunsten. Wat kunnen we doen? Welke lessen kunnen er getrokken worden?

Na het interview met zijn vriend en collega Jelle Dierickx en na vele gesprekken met andere mensen uit de sector, formuleert David Vergauwen hieronder enkele bedenkingen omtrent de rol en betekenis van cultuur in onze samenleving.

Kunstenaars versus kappers …

De coronacrisis richt een ravage aan in het cultuurlandschap. Directeurs, programmatoren en coördinatoren zitten met de handen in het haar. Met een klein hart plant men de herplanning van de eerdere herplanning die op een later tijdstip zal moeten worden herpland . Allemaal onder voorbehoud natuurlijk. Want we blijven optimistisch. Dat is een morele plicht.

Op de economische gevolgen voor de sector van deze crisis werd al voldoende gewezen. De culturele sector is er bij uitstek een van kleine zelfstandigen. De muzikant, de acteur en de zanger werken in de overgrote meerderheid van de gevallen op freelancebasis, maar ook de geluidstechnicus, de cameraman of om het even wie er vaak meewerkt aan bepaalde producties, is vaak een kleine zelfstandige. Zij kunnen hun vak niet uitoefenen, raken ontmoedigd en verlaten stilaan uit noodzaak de sector.

De overheid lijkt begrip te hebben voor de unieke situatie waarin vele van deze freelance kunstenaars zich bevinden. Via de erkende instellingen geeft de Vlaamse Overheid voldoende zuurstof. Geld stroomt door deze instelling naar de individuele kunstenaar die op die manier vaak zijn meest onmiddellijke zorgen tijdelijk opzij kan schuiven. Dankzij een culturele activiteitenpremie werd zo 35 miljoen euro uitgekeerd aan kunstenaars die er hun lopende project mee konden financieren. Dat scheelt. We zijn de overheid dankbaar.

Maar welke culturele projecten kan men in deze tijden financieren? Welk project kon een kunstenaar bedenken op basis waarvan hij de premie kon aanvragen. Het antwoord lag voor velen voor de hand: in het digitaal verkeer. Organiseer live streams! Toon dat je nog leeft! Laat je niet kisten! Schep desnoods een heel platform, zoals Podium 19 waar de grote instellingen de grote theatergezelschappen en orkesten op zijn minst aan de slag kunnen laten gaan. Onder het motto “iets is beter dan niets” zijn we onze overheid oprecht dankbaar. De kunstenaar kan aan de slag.

Maar is dat werkelijk wat we willen? Live streams? Vanachter een laptop of voor een TV naar het Wohltemperirte Clavier zitten luisteren? Worden we daar gelukkiger van? Helpt het echt om ons een hart onder de riem te steken of maken we ons zelf iets wijs?

Ik weet het. Wat we echt willen kan helemaal niet. Het liefst zouden we het concert samen en met elkaar bijwonen, waarbij we elke frase en elke toets op het klavier door ons lijf voelen zinderen. Het liefst kijken we een acteur in de ogen, zien we de dansers voor onze ogen hun weldoordachte bewegingen maken. En ja, dan nemen we er de foutjes er graag bij, alsook het onvermijdelijke gekuch van het publiek. Het maakt het echt. Het maakt het levend. Dat is wat ons gelukkig maakt.

Maar dat kan dus niet. We begrijpen het.

En toch vraag ik me af of we als sector deze crisis wel goed aanpakken. Gooien we het niet over een verkeerde boeg? Al van bij het begin werd de economische kaart getrokken en dat was terecht. Muzikanten en acteurs moeten hun rekeningen betalen en theaters en concerthuizen moeten hun cijfers uit het rood houden. De focus lag van bij het begin op de precaire positie van de artiesten. Maar door te veel de nadruk te leggen op die economische logica en de noodzaak aan steun, lijkt de sector iets uit het oog te hebben verloren, namelijk de essentie van ons vak, de reden waarom we het allemaal doen.

Dit alles werd me pijnlijk duidelijk toen de Vlaamse kappers zich roerden. Zij wilden opnieuw de deuren openen en het argument dat zij daarvoor gebruikten was geen kwestie van volksgezondheid of hygiëne. Het was niet de economische logica die werd opgepikt, maar wel het meer abstracte argument dat zei dat het goed was voor het “welzijn van de mensen”.

Toen brak m’n klomp! Als er nu eens één sector is die zich uitsluitend en exclusief toelegt op het welzijn van de mens en die daarbij zelfs een ervaring van werkelijk duizenden jaren kan voorleggen, dan is het wel de cultuursector. Waarom trok de cultuursector niet die kaart? Terwijl kunstenaars schermen met hun statuten en bescherming inroepen en terwijl concerthuizen en musea hun instellingen proberen te behoeden voor financiële katers – uiteraard allemaal met recht en rede – ging de blik op de kerntaak van kunst in een maatschappij verloren: het welzijn. En wie komt met dat argument uiteindelijk op de proppen: de coiffeurs… en met succes!

Het was alsof we dachten dat zo’n argument nooit zou aanslaan.

Het was alsof we er zelf niet helemaal meer in geloofden.

En dat is een deprimerende gedachte.

Kunst is een prachtige zaak. Het zal je niet zeggen wat je moet denken, maar wel hoe je kan denken of waarover. Het beluisteren van een Mozartsymfonie brengt u niets bij, maar de muziek – en in het bijzonder klassieke muziek – helpt bij het kalmeren van de zintuigen, het vrij maken van de geest en het zuiveren van de ziel. Het klinkt wat pathetisch – ik weet het -, maar is dat niet waarvoor het bestaat? Is dat niet waarom die dingen al honderden jaren in onze samenleving ronddwalen? Omdat mensen er iets aan hebben? Omdat het helpt? Omdat het heilzaam is voor lichaam en ziel?

Intussen komt er geen einde aan de live streams. De kunstenaar kan weer even adem halen en zijn rekeningen keurig op tijd betalen. Dat is een waardevolle zaak en ik beoog hier geen sarcasme of ironie. Maar hadden we niet de kaart kunnen trekken van de rol die kunst speelt in een samenleving. Hadden we het niet kunnen hebben over hoe saai het leven is zonder muziek, theater, film of festivals? Hadden we zelf niet kunnen bedenken hoe on-menselijk een maatschappij zonder cultuur is?

Natuurlijk willen we de rol van kunst niet overschatten. De wetenschappers die bij in labo’s werken of de zorgverleners in ziekenhuizen en zorgcentra staan bij deze in de eerste lijn. Dat spreekt voor zich. Maar ergens verwacht ik van deze samenleving dat ze voor wat betreft het “welzijn van de mensen” in de tweede plaats aan samenzijn, ontmoeting en diepgaande beleving denkt boven fris gekapte haren.

David Vergauwen, docent Amarant