In het najaar loopt in het KMSKA de tentoonstelling Ossip Zadkine en België. De in Wit-Rusland geboren Joodse kunstenaar Ossip Zadkine (1888-1967) had een bijzondere band met ons land. Hoewel hij al jaren in Parijs woonde, kreeg hij zijn eerste grote tentoonstelling in 1933 in Brussel. In 1950 was hij dan weer één van de adviseurs van de kunstminnende Antwerpse burgemeester Lode Craeybeckx, de bezieler van het Sculpturenpark Middelheimmuseum, waar vandaag nog werk van Zadkine te zien is.
In deze lezing plaatsen we Zadkine in een bredere context. Hij was immers één van de vernieuwende Joodse kunstenaars van de École de Paris tijdens het interbellum. Als centrum van de avant-garde trok Parijs aan het begin van de 20ste eeuw kunstenaars uit de hele wereld aan. Onder hen bevonden zich ook talrijke Joden uit Rusland en Oost-Europa, die op de vlucht waren voor het antisemitisme in hun geboorteland. Vaak berooid en door de Parisiens gemarginaliseerd, ontmoetten ze elkaar in de cafés van Montparnasse. Deze kosmopolitische gemeenschap werd – niet zonder ironie – de École de Paris genoemd. Niet dat hun kunst binnen één bepaalde stijl of school paste; het was eerder een drang naar artistieke vrijheid die deze migranten bond. De horror van de Tweede Wereldoorlog maakte een abrupt einde aan deze Joodse subgroep van de École de Paris.
Ossip Zadkine was één van hen. Hij arriveerde in 1909 in Parijs en raakte er bevriend met kleppers als Picasso, Chagall en Modigliani. Zijn sculpturen vormen een originele synthese van kubisme en expressionisme, waarin het menselijke leed een cruciale rol speelt. We doorlopen het oeuvre van Ossip Zadkine: van zijn eerste moderne stappen in Parijs (Maternité), over zijn passie voor Bijbelse thema's (Job en zijn Vrienden) en de klassieke mythologie (Orpheus), tot zijn vlucht naar Amerika (De Gevangenen) en de aangrijpende naoorlogse werken, met als hoogtepunt De Verwoeste Stad in Rotterdam.
