Blijf op de hoogte
Inschrijven is niet meer mogelijk.
52578705612_ea6db100d5_o

De natuur fungeerde altijd al als inspiratiebron voor kunstenaars. Vaak ging dat dieper dan het louter weergeven van landschapstaferelen, er werd ook nagedacht over de relatie van mens tot de natuur. Die bekommernis komt nadrukkelijk op de voorgrond in de jaren 70. Toen ontstond de land art als reactie op de destructieve gevolgen van de consumptiemaatschappij. Een aantal kunstenaars trok buiten de grenzen van het museum en ging in de natuur kunst maken.

Exemplarisch is ‘Spiral Jetty’ (1970) van de Amerikaanse kunstenaar Robert Smithson. Voor de constructie van dit kunstwerk werd 7000 ton zwarte rots, aarde en zoutkristal gestort in een zoutmeer in Utah. De spiraalvorm is opvallend aanwezig in de natuurlijke wereld, zoals bij weekdierschelpen. Maar nog belangrijker zijn de vragen die Smithson wil oproepen over geologische tijd en over vergankelijkheid. Naarmate de tijd verglijdt evolueert en erodeert de spiraal. Het werk bleef jaren verborgen onder het wateroppervlak, tot het herrees tijdens de grote droogte van 2002.

Ook andere Land art brachten vaak spectaculaire ingrepen aan in het landschap. Denk aan de diepe sleuven in de Nevada woestijn van Michael Heizer of aan het lichtkunstwerk van James Turrell in de Roden Crater, een uitgedoofde vulkaan.

Het ecologisch bewustzijn van de land art kunstenaars bleek visionair. Waar toen wat lacherig over gedaan werd, is vandaag de dag een urgent thema geworden. Olafur Eliasson schreeuwt met zijn smeltende ijsblokken of gifgroen gekleurde rivieren om aandacht voor de klimaatverandering.

 

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan. Gaat u akkoord? Meer informatie