Blijf op de hoogte
Inschrijven is niet meer mogelijk.
52176642083_5a1065139b_o
52175614317_fca60bf666_o
52177130365_c8e17ff797_o
52175615427_b727fd0edd_o
dav
52176893929_9f75226327_o
52176894334_5c6f7f544d_o

We buigen ons in deze cursus over de moeilijke periode tussen de twee wereldoorlogen. Na WO I ruimen de kunstenaars het puin. Hun wereld ligt aan scherven, aan hen om de nieuwe maatschappij een hart onder de riem te steken. Kunst wordt sociaal, idealistisch, soms utopisch, maar altijd maatschappij bevestigend.

 

De constructivisten in Rusland (Tatlin, Rodchenko of Lissitzky bijvoorbeeld) affirmeren zich heel duidelijk met de nieuwe orde. Met de Duitsers aan het Bauhaus zal het onderscheid tussen de utilitaire kunst en de schone kunst verdwijnen (Walter Gropius, Wassiliy Kandinsky, Paul Klee). Nog in Duitsland zal de Nieuwe Zakelijkheid een overdreven realisme aan de dag leggen om de sociale uitdagingen en de ellende na de Oorlog te inventariseren (Otto Dix, Max Beckmann).

Het surrealisme te Parijs richt zich steeds meer op de kennis van het individu en niet zozeer op de maatschappij. Teleurgesteld in het rationalisme en geïnspireerd door de ideeën van Sigmund Freud, stellen surrealisten de vrije associaties van de droom centraal (André Breton, Max Ernst, Joan Miró, Salvador Dalí en René Magritte).

 

Deze cursus is deel 5 van de basisreeks Moderne kunst. Je hoeft echter de vorige delen niet gevolgd te hebben om te kunnen aansluiten!

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan. Gaat u akkoord? Meer informatie