Van architectuur en ingenieurswetenschappen tot kunstgeschiedenis: waar is jouw liefde voor stenen én verhalen ooit ontstaan?
Er is geen duidelijk punt waar ik dacht dat is het. Het is geleidelijk aan gegroeid denk ik. Als tiener las ik veel, wou ik heel veel weten tekende ook veel, van juwelen, kleding, stoelen en tafels tot architectuur. Architectuur was een logische stap omdat je zoveel verschillende invalshoeken hebt en richtingen nadien kan uitgaan. Architectuur is voor mij altijd een combinatie geweest van kunst en wetenschappen. Twee werelden die je soms moeilijk kan verzoenen, maar dat maakt het ook juist boeiend.
Antwerpen kent door jouw boeken geen geheimen meer voor jou. Welk verborgen architecturaal pareltje schudt mensen altijd wakker tijdens je rondleidingen?
Ik hoop mensen te verrassen en echt te laten rondkijken tijdens m’n rondleidingen, podcasts, wandelingen of boeken. Het mooiste compliment dat ik van een deelnemer kan krijgen is: “Ik heb hier al zo veel langs gewandeld en zie het nu pas voor het eerst.” Het is moeilijk om een favoriet of een onbekend pareltje te kiezen, op elk van m’n rondleidingen heb ik wel een of meerdere pareltjes die ik wil laten zien; zoals het Karbonkelhuis op de Groenplaats of het art-decocomplex Leon Van Parijs op het Eilandje.
Je vertelt evengoed over barok en diamanten als over chocolade en koffie. Wat maakt een historische wandeling of lezing voor jou écht smaakvol en geslaagd?
Als ik iemand enthousiast kan maken over het onderwerp en de verhalen. Onze taak als gids is toch dat we mensen verliefd laten worden op het stukje stad of onderwerp dat we vertellen en als dat lukt, al is het maar bij één deelnemer, dan is m’n dag geslaagd.
Hand op het hart: Wat is de grootste misvatting die mensen hebben over architectuur of de stadsgeschiedenis van Antwerpen?
Dat het saai is (voor stadsgeschiedenis) of dat je heel veel kennis moet hebben om te starten (voor architectuur). Geschiedenis heeft zoveel facetten, ik hou van de kleine persoonlijke verhalen of de eet- en drinkcultuur. Politiek interesseert me niet echt of jaartallen opsommen is zeker niet m’n ding, maar soms kan je niet anders dan het daar ook over te hebben.
Voor architectuur gaat het voor mij er niet over om het mooi of lelijk te vinden, elke smaak is anders. Kijk liever naar details of hoe mensen er gebruik van maken, de persoonlijke verhalen die het gebouw maken tot wat het is. Je kan je afvragen hoe het gebouwd is of wie er gewoond heeft en waarom de architect bepaalde keuzes heeft gemaakt.
Je staat binnenkort als nieuwe stem bij Amarant. Wat hoop je dat deelnemers na een lezing of wandeling met jou anders zien wanneer ze door de stad lopen?
In een stad als Antwerpen is op elke hoek wel iets te beleven, maak daar gebruik van. Als je aan het wachten bent op de tram of trein, kijk wat rond in plaats van op je gsm te kijken. Vertraag even en misschien zie je een engeltje, mozaïek of deurdetail voor het eerst. Daarom ook mijn podcast en sessies rond slow architecture: kijk gewoon eens rond en ontdek de verhalen van de gebouwen.
Als je een tijdmachine had: in welk tijdperk van de architectuurgeschiedenis zou je zelf een week willen meelopen en bouwen?
De zestiende eeuw met de renaissance en de gouden eeuw van Antwerpen. Je had Hans Vredeman de Vries, Cornelis Floris de Vriendt en Gilbert Van Schoonbeke en nog zoveel anderen. Een andere optie is in de achttiende eeuw met Van Baurscheit de jonge, de Antwerpenaar die zichzelf architect-ingenieur noemde en prachtige paleizen heeft gebouwd in het centrum van Antwerpen.